Waarom we hondenrassen niet kunnen vergelijken met ‘mensenrassen’

Hondenrassen kun je niet vergelijken met ‘mensenrassen’. Door intense fokkerij lijken hondenrassen veel minder op elkaar dan mensen en is er veel meer genetisch verschil tussen rassen te vinden. Honden hebben minder genetische variatie waardoor relatief weinig genetisch verschil een grotere variatie tussen kenmerken veroorzaakt dan bij mensen.

hondenrassen

In mijn bericht over verschillen tussen mensen vroeg een lezer het volgende: ”Bij de indeling van het dierenrijk hoort de mens tot de gewervelden, en zo verder, tot aan de soort homo sapiens. Bij honden bijvoorbeeld gaat dat net zo, tot aan de soort Canis familiaris. Tussen honden zijn er grote verschillen in verschijningsvorm – men spreekt dan van rassen. Aan die rassen worden ook allerlei eigenschappen toegeschreven. Vind je dat nu verkeerd, en zou dat eigenlijk niet mogen? Want hoe zit dat dan bij mensen? Ik vraag het me gewoon af.”

Hondenrassen verschillen genetisch meer

Vaak hoor je dat mensen mensenpopulaties vergelijken met hondenrassen. Een duitse herder heeft andere eigenschappen dan een poedel, dus waarom zou het bij mensen niet ook zo werken. Het is een goeie vraag en klinkt logisch, maar toch kun je dat volgens moleculair anthropoloog Dunsworth niet vergelijken. Volgens haar artikel lijken Hondenrassen verschillend omdat ze dat zijn.

“In tegenstelling tot mensen bestaan moderne rashonden ​​bijna volledig door kunstmatige selectie. Hun paring wordt gecontroleerd door mensen om nakomelingen te produceren met de gewenste eigenschappen. Dit is handelen tegen de natuurlijke accumulatie van genetische variatie binnen het ras.”

Het is aangetoond dat ongeveer 27% van de genetische verschillen tussen honden kan worden toegeschreven aan het ras. Dus een ras heeft 27% genetisch verschil met een ander ras, terwijl de overige procent de variatie binnen een ras bepaalt. Het genetische verschil tussen de menselijke bevolkingsgroepen (Afrika, Europa / Midden-Oosten / Centraal-Azië, Oost-Azië, Oceanië en Noord- en Zuid-Amerika) is slechts 3,3 tot 4,7%. Dat is dus het percentage waaraan de wereldwijde menselijke genetische variatie kan worden toegeschreven. Bij mensen verklaart dus ongeveer 94% het genetische verschil binnen een populatie. De overige 2% is het verschil tussen populaties binnen regio’s. Het genetische verschil tussen ‘rassen is dus 8 keer groter bij honden dan bij mensen

Binnen hondenrassen is dus door intense selectie veel meer variatie te vinden. Een mooi voorbeeld is dat er tussen mensenpopulaties relatief weinig waarneembare verschillen in lengte is, terwijl het hoogteverschil tussen een pekinees en een Duitse dog ”ongeveer het verschil is tussen een gemiddelde mens en een gebouw met twee verdiepingen ”, merkt Dunsworth op.

hondenrassen

Zelfde aantal generaties

De bovengenoemde getallen voor honden en mensen zijn goed te vergelijken omdat ze in dezelfde aantal generaties zijn ontstaan. De oorsprong van de moderne mens [circa 200.000 jaar geleden] is duidelijk ouder dan die van de domesticatie van honden [circa 20.000 tot 40.000 jaar geleden] volgens Dunsworth.”Wanneer men rekening houdt met de verschillen in generatietijd tussen de twee soorten, kunnen de ongeveer 10.000 generaties mensen qua mogelijkheden voor genetische verandering vergelijkbaar lijken met de geschatte 9.000 hondengeneraties die zijn geboren sinds het begin van de domesticatie.”

Meer genen reguleren een eigenschap bij de mens

Een andere reden waarom menselijke populaties veel meer op elkaar lijken dan hondenrassen is dat een groot aantal genen menselijke eigenschappen reguleren, waarvan de overgrote meerderheid vrijwel identieke variatie vertoont in alle menselijke populaties.

Hoogte is bijvoorbeeld, zoals de meeste eigenschappen bij mensen, buitengewoon complex, volgens Dunsworth. “Er zijn meer dan 400 genetische loci nodig om slechts de helft van de menselijke lengtevariatie te verklaren “, aldus onderzoek gepubliceerd in 2014 door Andrew R. Wood van de Universiteit van Exeter. “maar voor honden verklaren slechts zes belangrijke genetische loci ruwweg 50% van de variatie in grootte tussen rassen.” Gedomesticeerde honden hebben dus veel minder genen voor een eigenschap, waardoor grotere verschillen veel eerder ontstaan. Een ander voorbeeld is huidskleur. Bij mensen bepalen honderden loci de huidskleur waardoor er enorme variaties bestaat. Bij honden bepalen slecht 9 genen de kleur en de patronen op de vacht.

“Menselijke populaties lijken genetisch erg op elkaar, met overlappende fenotypes”, vat Dunsworth samen. De meeste individuen zijn genetisch gezien lid van meer dan één bevolkingsgroep. Dat suggereert een verdeling van genetische variatie die wordt aangedreven door constante paring tussen naburige populaties en relatief lage niveaus van genetische differentiatie.

mensen rassen

Mensen en ras

We hebben honden ingedeeld in rassen, omdat ze zo verschillend zijn. Maar waar is de grens tot je iets tot een ander ras mag rekenen? Kunnen we mensen indelen in rassen ondanks de weinige verschillen en het grote overlap in eigenschappen? Er is ook geen strikte definitie van het woord ras. Toch kunnen we mensen wel onderscheiden aan hand van afkomst. Een voorbeeld daarvan is de forensische wetenschap. Daar kan op basis van DNA-materiaal inmiddels een beeld van een verdachte worden opgesteld. Zo zijn bijvoorbeeld geslacht, oogkleur en de waarschijnlijke geografische afkomst uit iemands DNA af te lezen. 

Dus, beste lezer, ik hoop dat ik je vraag heb kunnen beantwoorden. Misschien is het een psychologische eigenschap van de mens om graag dingen in te willen delen en is het woord ‘ras’ meer een subjectief begrip. Maar hondenrassen vergelijken met mensen is niet reëel. Misschien kunnen we ons beter vergelijken met de wolf. Deze heeft ook verschillende kenmerken en er is geen kunstmatige selectie aan te pas gekomen. En uiteindelijk heeft de omgeving ook invloed op onze eigenschappen.

Please follow and like us:

Dit vind je misschien ook leuk...