Syrië is verwoest; waarom voeren mensen oorlog?

Oorlog in Syrie

Een mooi land als Syrië is verwoest. Opoffering voor de groep en intolerantie zijn de oorzaak van oorlog.

Ik was in Syrië in oktober 2010. Dat was een paar maanden voor de burgeroorlog en de opkomst van IS. Ik vond het een mooi land met hele aardige mensen waar het leven normaal leek. Ik kan me dan ook moeilijk voorstellen dat daar nu een brute oorlog aan de gang is. De eeuwenoude soeks, winkeltjes en straatjes van Damascus en Allepo voelden aan alsof  ik in een duizend-en-een-nacht film was beland. Ik ben ook in Palmyra geweest, een oude stad gelegen in een oase met ruïnes uit het jaar 100. In de oase hadden de bewoners hun tuintjes waar ik werd uitgenodigd om hun vruchten te eten.

Hier zijn we in Palmyra

Ook zag ik overal vlaggen en plakkaten hangen met president Assad. In maart 2011 kwam het volk in opstand tegen hem en begon de Syrische burgeroorlog. Nu, 5  jaar later, lijkt er maar geen einde aan te komen aan de oorlog. Alles is kapot gebombardeerd. De mensen zijn massaal op de vlucht geslagen en duizenden vermoord. Er is niks meer over van die eeuwenoude soeks en delen van de ruïnes van Palmyra worden verkocht door IS zodat ze wapens kunnen kopen. Hoe kan het? Hoe kunnen mensen elkaar zo uitmoordden? Waarom voeren we oorlog? Wat is de evolutionaire en psychologische reden erachter?

Palmyra

Menselijke eigenschappen

Als je leest over de menselijke geschiedenis dan wordt die bepaald door oorlogen. En nu nog steeds. Volgens de conflictbarometer van het Heidelberger Institut für Internationale Konfliktforschung bedroeg het aantal oorlogen in 2015 wereldwijd  19 en het aantal conflicten 409. Je zou zeggen dat oorlogvoeren dus iets natuurlijks is en ‘in’ ons zit.

Volgens de wetenschappers Choi en Bowles zit het ook ‘in’ ons. Het opofferen voor de groep (altruïsme) zoals soldaten dat doen en intolerantie naar andere groepen zijn algemene menselijke eigenschappen. Om te kijken hoe deze eigenschappen zo algemeen konden worden bouwden Choi en Bowles voor hun onderzoek een computermodel waarbij ze maatschappijen nabootsten waarbij de inwoners 4 eigenschappen konden hebben; tolerant, intolerant, opkomen voor de groep (altruïsme) of niet. Voortplanting, oorlog en andere factoren namen ze mee in hun model. Ze lieten het model generaties lang draaien en kwamen tot de conclusie dat er uiteindelijk 2 soorten maatschappijen kunnen ontstaan:

1.Een maatschappij met meer krijgers die zich opofferen voor de groep maar die intolerant zijn naar buitenstaanders.

2.Een maatschappij met meer personen die tolerant zijn naar buitenstaanders, maar zich niet opofferen voor de groep

Het voordeel van een maatschappij met meer tolerante personen is dat ze open staan voor andere culturen en samen voedsel, informatie en andere bronnen delen, maar ze zijn egoïstischer naar hun eigen ‘soort’. Ze offeren zich niet snel op voor de groep, maar leven wel in vrede. Omgekeerd is dat bij een maatschappij met meer krijgers en intolerante mensen. De krijgers offeren zichzelf op voor de groep en vechten voor voedsel. Deze maatschappij is intolerant naar andere culturen en vaak ontstaan oorlogen, waarbij de krijgers winnen en de overhand krijgen.

Succes van altruïsten

Opoffering voor de groep ontstaat alleen in combinatie bij intolerantie naar buitenstaanders. Oorlog is daarbij de evolutionaire machine achter dit coevolutionaire proces. Hoe intoleranter iemand is hoe meer hij zich opoffert voor de groep wat weer voordelig is voor de groep. Zodra tussen groepen een evenwicht bestaat tussen het aantal krijgers ontstaat geen oorlog. Als het evenwicht verstoord is, is er een grote kans dat de groep met meer krijgers zal aanvallen en winnen.

Ondanks dat veel intolerante altruïsten zullen sterven in de strijd (omdat ze hun leven riskeren voor hun groep), zullen ze toch domineren omdat ze meer leden doden van groepen met minder altruïstische en intolerante genen. De nakomelingen van de overlevende krijgers migreren en verspreiden hun genen voor altruïsme en intolerantie ook in de verliezende groep. Daarnaast is iemand die zijn leven riskeert voor de groep een held en krijgt sneller nageslacht. Volgens het model zal een maatschappij met krijgers op deze manier snel de overhand krijgen in een gebied en kan de transitie van een tolerante staat zonder altruïsme binnen 200 generaties (5000 jaar) veranderen in een intolerante staat met altruïsme.

wederkerig-altruisme-klantgedragDankzij altruïstisch gedrag helpen we elkaar

Ontstaan van altruïsme

Altruïsme kan zijn ontstaan bij de vroege mensachtigen die in een competitieve omgeving leefden. De omstandigheden waren hard: het was een gevaarlijk landschap, zware concurrentie met dieren en andere groepjes mensen. Het altruïstisch gedrag van onze voorouders kan het grote voortplantingssucces en de grote expansie verklaren die zij maakten in het Pleistoceen. Zonder altruïsme hadden we misschien wel helemaal niet bestaan. Zoals professor in de filosofische antropologie Raymond Corbey zo mooi zegt in het blad ‘De filosoof’: ”altruïstisch handelen is bij mensen van dezelfde categorie als de grote kaken van de krokodil. Altruïsme is de voortzetting van de struggle of life, slechts met andere middelen.”

Guusje Hoek

Please follow and like us:

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.