De slimste mensen

Verschillen in IQ tussen bevolkingsgroepen zijn aangetoond. De Aziaten zouden de slimste mensen zijn. Maar de vraag is of de verschillen worden veroorzaakt door omgevingsfactoren of de genen. Doordat groepen in verschillende omstandigheden leven zouden intelligentieverschillen genetische bepaald zijn door evolutie en natuurlijke selectie. Maar omgevingsfactoren kunnen het gemiddelde IQ van een populatie binnen een paar jaar veranderen door beter onderwijs en gezondheidzorg. Ook bepaalt de omgeving de (de)activering van genen.

Verschillen IQ tussen bevolkingsgroepen

Wie zijn de slimste mensen? De Aziaten, de blanken of de Afrikanen? En wat is de oorzaak van eventuele verschillen in IQ. Tegenwoordig hoor je deze discussie weer vaker opkomen, vooral na Black Life Matters. Door de evolutie zouden bevolkingsgroepen verschillen van elkaar. Als we verschillende soorten huidskleur hebben waarom zouden we dan niet qua intelligentie van elkaar verschillen? Of spelen omgevingsfactoren een rol? Ligt het aan het verschil in opleiding en voeding? Of is het beide? Hoe zit het nou?

Aziaten zijn de slimste mensen

Over een ding zijn de wetenschappers het redelijk eens en dat is dat er verschillen zijn in het gemiddelde IQ. Aziaten zijn volgens wetenschappelijk onderzoek gemiddeld de slimste mensen, daarna de blanken, dan de hispanics en dan de donkere medemensen. De zo beroemde Bellcurve grafiek van Reynolds uit 1987 (zie hieronder) heeft voor veel ophef gezorgd. De grote vraag is namelijk: Worden deze verschillen veroorzaakt door de genen of door de omgeving?

Er zijn veel hypothesen voorgesteld om de verschillen tussen rassen en etnische groepen in IQ te verklaren. Van bepaalde omgevingsfactoren, zoals voeding, opleiding en andere sociale, culturele of economische factoren wordt aangenomen dat ze het IQ veranderen. De primaire focus van het wetenschappelijke debat is of verschillen in IQ tussen bevolkingsgroepen ook een genetische component weerspiegelen. Erfelijkheid veronderstelt dat een genetische bijdrage aan intelligentie genen zou kunnen omvatten die zijn gekoppeld aan neuronstructuur of -functie, hersengrootte of metabolisme, of andere fysiologische verschillen die kunnen variëren door biogeografische afkomst.

Bell curve
De Bellcurve van Reynolds uit 1987

Bepalen genen wie de slimste mensen zijn?

Murray ,de schrijver van de boeken Human Diversity en the Bull Curve is een voorstander van de theorie dat genen invloed hebben op de verschillen in intelligentie tussen bevolkingsgroepen. Murray beaamt zijn interviewer in een podcast die zegt ”Het is zuivere biologie. Verschillende raciale groepen verschillen genetisch. Het zou heel, heel verrassend zijn als onze intelligentie was afgestemd op exact hetzelfde populatiegemiddelde in elke bevolkingsgroep. Er is gewoon vrijwel geen manier dat dat waar zal zijn. Dus puur op biologisch gebaseerde overwegingen mogen we verwachten dat er voor elke variabele genetische verschillen zullen zijn in het gemiddelde tussen raciale groepen.”

Evolutie heeft invloed op onze cognitieve vaardigheden

Ook erfelijkheidsonderzoeker Bo winegard deelt deze mening en neemt de evolutietheorie als bewijs. Volgens zijn artikel zou het kunnen dat de Homo Sapiens Afrika verlieten en daardoor in andere omgevingen en een ander klimaat terecht kwamen. En dat zorgde niet alleen voor fysieke verschillen zoals een andere huidskleur of gewenning aan hoogtes maar ook cognitief heeft dit invloed gehad. Door het koude klimaat overleefden de mensen die creatiever waren en beter konden samenwerken om aan eten te komen. Volgens hem heeft de omgeving dus invloed gehad op ons gedrag en manier van denken. ”Biologische verschillen tussen mensen worden op zijn minst gedeeltelijk veroorzaakt door verschillende omgevingen die in de loop van de tijd selecteren op verschillende fysieke en psychologische eigenschappen in hun populaties.” Ook waren de populaties volgens hem lang genoeg van elkaar geïsoleerd zodat de mutaties en dus de verschillen grotendeels binnen een populatiegroep bleven.

verschillende populaties

IQ verschillen binnen een populatie

Winegard ontkent niet dat omgeving geen invloed heeft, maar denkt dat genen zeker een substantiele bijdrage leveren aan wie de slimste mensen zijn. Ook zegt hij dat verschillen binnen een populatie niet per se hoeft te betekenen dat daardoor het IQ tussen populaties verschillend is.

Slimme ouders krijgen vaker slimme kinderen, maar dat is overal zo. Uit tweelingenonderzoek blijkt dat intelligentie voor ongeveer 55% erfelijk is bepaald. Deze genetische component bepaalt de bovengrens van je intelligentie, dat wil zeggen de maximale intelligentie die je kunt bereiken. De omgeving, zoals scholing, opvoeding etc. zorgt ervoor of je dit maximale niveau ook bereikt. Maar dat verklaart niet waarom sommige rassen gemiddeld slimmer zijn dan andere. Genen en omgeving hebben wat betreft gedrag beide ongeveer 50% invloed voor ieder mens (zie mijn bericht). Toch moeten we ons volgens Winegard de volgende vraag stellen: ”Zou het kunnen dat populaties cognitief verschillend zijn door evolutionaire processen?” waarbij hij antwoordt ”Het is moeilijk dat te ontkennen.”

Bepalen omgevingsfactoren wie de slimste mensen zijn?

Veel wetenschappers zijn het niet eens met Winegard. Bevolkingsgroepen zijn volgens hen niet lang genoeg van elkaar gescheiden geweest om te differentiëren en zijn we teveel vermengd met elkaar. Daardoor zijn er ook genetisch meer verschillen binnen een populatie dan tussen verschillende populaties (zie ook mijn bericht). Uiteindelijk is er dus meer verschil in IQ van personen binnen een populatie dan tussen populaties. Volgens vele wetenschappers spelen omgevingsfactoren een veel belangrijkere rol in het verschil in IQ tussen populaties.

Ons IQ stijgt en daalt binnen een paar jaar

Het zijn de omgevingsfactoren die de gemiddelde IQ verschillen voornamelijk (of helemaal) bepalen, menen verschillende wetenschappers. Het meest gebruikte argument is dat ons IQ binnen een paar jaar kan veranderen. Zo is ons IQ gestegen sinds de jaren 30. Dat ontdekte De Nieuw-Zeelandse professor en intelligentieonderzoeker James Robert Flynn. Hij ontdekte dat ons IQ steeg met 13.8 punten tussen 1932 en 1978. Meerdere onderzoeken bevestigen dit ‘Flynn-effect’ en algemeen meet men een stijging van 3 punten per 10 jaar. En niet alleen het IQ in Europa is gestegen maar ook het IQ van populaties in ontwikkelingslanden. Verklaringen voor dit effect zijn betere voeding en gezondheidszorg, beter onderwijs, kleinere gezinnen en een andere manier van denken. We zijn meer abstract gaan denken ipv praktisch.

Scholing heeft invloed op ons IQ

Sinds 1995 neemt men echter een afname van het gemiddelde IQ waar in Noord-Europese landen. Het gaat om een afname van 2.5 punten per 10 jaar. Het lijkt erop dat we een plafond hebben bereikt. Deze recente afname van ons IQ de laatste jaren is te wijten aan het feit dat intelligente mensen minder kinderen nemen , de verslechtering van onderwijs, teveel online (Tegenwoordig kijken we veel meer korte filmpjes en is er geen verdieping meer) en immigratie van mensen met een lager onderwijs.

Wetenschappelijk onderzoek naar adoptiekinderen

Een ander argument voor de invloed van omgevingsfactoren op verschillen in intelligentie tussen bevolkingsgroepen is onderzoek naar adoptiekinderen. Zij zijn de ideale onderzoeksgroep om te onderzoeken in hoeverre genen en omgeving invloed hebben op de verschillen in intelligentie. Ze hebben de genen van hun bevolkingsgroep, maar groeien op in een andere omgeving. Sommige academische publicaties leiden uit onderzoeken naar het IQ van transraciale geadopteerden af ​​dat Oost-Aziatische geadopteerden die in het Westen zijn grootgebracht door blanken een hoger IQ hebben dan westerse blanken, en dat blanke geadopteerden die zijn opgevoed door blanken een hoger IQ hebben dan zwarte geadopteerden die door blanken zijn grootgebracht.

Maar na correcties van bepaalde invloeden zoals het Flynn-effect concludeert het nieuwste onderzoek van Drew Thomas dat er geen verschillen in IQ te vinden zijn tussen zwarte, aziatische en blanke kinderen die geadopteerd zijn door blanke ouders. Zijn conclusie:”Oost-Aziatische, blanke en zwarte geadopteerden die in dezelfde omgeving zijn opgegroeid, hebben vergelijkbare IQ’s, wat duidt op een minimale rol voor genen in raciale IQ-verschillen.”

Arme kinderen

Epigenetica en motivatie

Misschien hebben zowel genen als omgevingsfactoren invloed op de verschillen in ons IQ. Een andere theorie waarbij zowel genen als omgeving het verschil in IQ verklaren is de epigenetica. Epigenetica is het vakgebied dat de invloed bestudeerd van omgevingen en ervaringen op onze genen. In tijden van bijvoorbeeld hoge stress, zoals een aanhoudende dreiging van geweld of slechte voeding, kunnen fysiologische veranderingen in het organisme de genen aanpassen door een chemische groep toe te voegen of te verwijderen die de genen activeert of deactiveert.

Zo deed Kaminski van de Charité Universitätsmedizin Berlin bijvoorbeeld onderzoek naar de activering van het gen DRD2. Hij ontdekte dat waar het gen epigenetisch werd gedeactiveerd, de IQ-waarden daalden. Het gen is meestal verantwoordelijk voor het opbouwen van een deel van een receptor voor de neurotransmitter dopamine. Volgens Kaminski heeft de deactivering dus effect op ons beloningssysteem en motivatie. ”Deze bevinding geeft aan dat onze levenservaringen zowel de bedrading van onze hersenen kunnen beïnvloeden als hoe sommige van onze genen tot uitdrukking komen in ons denken en gedrag.”

De toekomst zal het uitwijzen waarom sommige bevolkingsgroepen slimmer zijn

Hoe het ook zij, het laatste woord over dit onderwerp is zeker nog niet gezegd. Meer onderzoek zal nodig zijn om het uit te wijzen over waarom bepaalde bevolkingsgroepen de slimste mensen hebben. Veel vragen blijven onbeantwoord. En bestaan er wel rassen? Of bestaat er maar één ras is, nl het menselijke. En wat is intelligentie en hoe meten we het?

Tot nu toe is er (nog) niet genoeg concreet bewijs voor de theorie dat genen invloed hebben, ook al klinkt het niet onlogisch. En geen bewijs betekent niet dat het niet zo is. Er is wel verschil gevonden in grootte en structuur van hersenen tussen bevolkingsgroepen, maar er is nog geen bewijs of dat invloed heeft op onze intelligentie. Meer onderzoek zal het uitwijzen. Winegard is ontslagen voor zijn theorieën. Het moet mogelijk blijven om onderzoek te doen, ook al is de theorie niet politiek correct.

Please follow and like us:

Dit vind je misschien ook leuk...